Ons gebouw

Ontwerp

Het gebouw is ontworpen door de architect Rudi Uytenhaak in samenspraak met alle geledingen van de school. De opening vond plaats oktober 2008.

 

Er is gekozen voor twee bouwlagen met boven de ingang, de kastjes voor de kinderen en de gemeenschapsruimtes en beneden de klassen. De kinderen komen binnen via de grote trap. De vorm van het gebouw is gebaseerd op de Noord-Hollandse stolpboerderij.

De negen groepslokalen zijn gelegen op de begane grond van het gebouw . De lokalen zijn per bouw gegroepeerd en onderling geschakeld. Dit biedt de kinderen een uitstekende mogelijkheid om met elkaar samen te werken. 

De ingang van de school ligt op de eerste verdieping en komt uit op een gemeenschappelijke ruimte. Deze ruimte geeft toegang tot de informatiehoek voor ouders, de garderobe, de bibliotheek, het speellokaal, de ruimte voor handvaardigheid en de onderwijsondersteunende ruimten. Het gebouw heeft veel mogelijkheden om te werken volgens de visie van het montessorionderwijs.

Bij het ontwerp zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.

1. Gemeenschappelijke ruimte

Op de eerste verdieping is de grote centrale ruimte van de school. Het is niet alleen een plaats waar gezamenlijke activiteiten plaats vinden (een uitvoering of vergadering), maar het is tevens een plaats waar kinderen kunnen werken. Het is ook een ontmoetingsplaats voor kinderen uit de verschillende bouwen en groepen , een plaats voor groepsoverschrijdende activiteiten. Er is ruimte voor tentoonstellingen, optredens in het kader van feesten, themasluitingen en andere festiviteiten. 

2. Schakeling

Tussen de klassen is een gemeenschappelijke werkruimte. Het kind kan hier: 

• andere kinderen ontmoeten ;

• samenwerken met jongere of oudere kinderen  van verschillende groepen.

3. Diversiteit 

In de klaslokalen is er een keukentje en zijn er de mogelijkheden voor een rusthoek, samenwerk plekken, de aandachtstafel. De school heeft een goed toegankelijke bibliotheek en een plek waar met een groep kinderen handarbeid kan worden gedaan en overblijf kan plaats vinden. Voor de onderbouw is er een speellokaal. Er zijn ook onderwijsondersteunende voorzieningen zoals een teamkamer, werkruimte voor de leidsters, IB-ruimte, magazijnen, schoonmaakruimten, een keuken, ruimten voor directie en conciërge.

4. Beslotenheid 

Naast openheid heeft het kind ook recht op beslotenheid. De groep moet in de beslotenheid van de klas bezig kunnen zijn. Een besloten ruimte kan naar twee kanten toe de concentratie bevorderen. Aan de ene kant is er de rust die het kind vindt dat in de besloten ruimte gaat zitten. Anderzijds kunnen kinderen in deze ruimte activiteiten plegen die storend kunnen zijn voor de andere kinderen. 

5. Juiste verhoudingen 

Alles is in de juiste verhouding tot het kind. Het geheel is voor het kind overzichtelijk en in de juiste verhoudingen. Meubilair kan door de kinderen zelf worden gedragen en dus verplaatst.

6. Bewegingsruimte 

Montessori heeft hierover een duidelijke uitspraak gedaan: de kinderen moet voldoende bewegingsvrijheid hebben. Daarom zijn de lokalen ruim. Er is ruimte om op de grond op kleedjes te kunnen werken, er zijn afgeschutte werkplekjes zijn, een keukentje en een rusthoek.

7. Tuin 

De tuin moet het kind voldoende uitdaging bieden om tot handelen te komen. Een tuintje bij iedere groep biedt de mogelijkheid voor activiteiten binnen ons (KOO) onderwijs. De tuin is onderdeel van de bij de klassen gelegen buitenruimte. (lees ook over de tuin onder het tabblad Activiteiten/tuin)

8. Schoolplein

Er zijn twee buitenspeelruimtes: 

1. de speelruimte achter de school voor de onderbouwkinderen met een zandbak, een grote boom en een haag van wilgen;

2. het speelplein voor de school voor middenbouw en bovenbouw. Daar is een afgescheiden voetbalveldje, er is een zandbak, enkele toestellen en een klimmuur. Hier is ook een opbergruimte en een fietsenstalling.