De groepen

De school heeft gemiddeld 225 leerlingen, verdeeld over 9 heterogene groepen, te weten:
3 onderbouwgroepen (groep 1,2),
3 middenbouwgroepen (groep 3,4,5)
3 bovenbouwgroepen (groep 6,7,8).

Onderbouw

Maria Montessori maakt onderscheid in de zintuiglijke, de motorische en de intellectuele ontwikkeling. Deze driedeling is dan ook terug te vinden in de rangschikking van de materialen die zij voorstelt. Deze speciaal ontworpen leermiddelen noemen we het Montessori materiaal.
In de onderbouw treffen we zintuiglijk materiaal, cognitief of intellectueel materiaal en huishoudelijk materiaal.

Zintuiglijk materiaal
Met het zintuiglijk materiaal leert het kind beter waarnemen. Met de roze toren, de bruine trap en de rode stokken maakt het kind reeksen en krijgt het inzicht in afmetingsverschillen. Een hulpmiddel bij het oefenen van zelfstandig aan- en uitkleden zijn de aankleedrekken, bijvoorbeeld: ritssluitingrek, veterrek en knopenrek. Bij al deze oefeningen wordt tevens de grove en fijne motoriek ontwikkeld. De tekenfiguren zijn er om de fijne motoriek te bevorderen, een oefening voor het schrijven.

 

 

 

 

 

Cognitief of intellectueel materiaal
Met het intellectueel materiaal wordt bedoeld het reken- en taalmateriaal en het materiaal om te leren lezen. Het rekenmateriaal heeft een duidelijke opbouw. Er is veel materiaal om het getalbegrip te bevorderen: telbakjes, rekenstokken, cijfers en fiches en kralenstaafjes. Er zijn schuurpapieren cijfers voor het voelen en benoemen van cijfersymbolen. Wanneer het kind de cijfers goed herkent, kan het verder werken met de getalrekken en het honderdbord. Al het rekenmateriaal is aantrekkelijk voor de kinderen, omdat het concreet is. Veel kinderen kunnen met dit materiaal al kleine sommen maken.
Lees en schrijfmateriaal is ook aanwezig. Er zijn schuurpapieren letters voor het voelen en benoemen van de letters van het alfabet. De klinkers zijn blauw, de medeklinkers zijn roze. Een indicatie voor het gevoelig zijn voor het leren van letters kan zijn, dat een kind zijn/haar naam wil schrijven. Met de letterdozen worden korte woordjes gelegd met de letters die het kind herkent. Als de kinderen zelf letters willen schrijven, kunnen zij dit doen op een schoolbordje, in een bakje zand of op ongelinieerd papier. De fijne motoriek is meestal nog niet dusdanig ontwikkeld, dat de kinderen tussen lijntjes kunnen schrijven.

 

 

  

Huishoudelijk materiaal
Het is belangrijk, dat kinderen leren dat zij mede zorg en verantwoordelijkheid dragen voor hun omgeving. Zo leren zij o.a. het gekozen werk zelf op te ruimen. Tafels schoonmaken, stof afnemen, de vloer vegen, planten water geven, ramen wassen en kasten op orde houden horen hier ook bij. Al deze activiteiten zijn vooral ook een oefening voor de grove en fijne motoriek.

 

 

 

 

Spel en beweging
Iedere dag wordt er gelegenheid geboden om dit onderdeel te oefenen. Dit kan zowel in de speelzaal als op het schoolplein plaats vinden. Kinderen in de leeftijd van drie tot zes jaar leren met hun hele lichaam, door te ervaren en door te doen.

 

 

Middenbouw

Wanneer een kind in de middenbouw komt, ziet het naast de vele nieuwe materialen ook materialen waarmee het in de onderbouw heeft gewerkt. De kinderen gaan door waar ze gebleven zijn.

Leeswerkjes
Het verder ontwikkelen van het lezen is een belangrijke activiteit. Net als in de onderbouw zijn er in de middenbouw veel leeswerkjes te doen, die opbouwend in moeilijkheid zijn. In alle klassen is de leeskast aanwezig. Met de letterdozen maken de kinderen verhaaltjes. (in een later stadium ook op de computer) Elke middenbouw heeft een eigen klassenbibliotheek. Daar staan de boekjes opgesteld opklimmend in moeilijkheidsgraad. (AVI-leesniveau) De kinderen lezen uit deze boekjes, maar mogen daarnaast ook boeken uit de schoolbibliotheek lenen.

 

 

Taalset
Voor de middenbouw is een aparte taalset ontwikkeld. De kinderen werken daarmee aan algemene taalvaardigheid. In de middenbouw wordt er gelet op het goed leren schrijven van de letters. Er wordt gelet op een juiste schrijfhouding en een juiste schrijfrichting. Daarnaast werken we met Spelling in Beeld. Wekelijks krijgen de kinderen vanaf groep 4 een gezamenlijke spellingsles die de kinderen daarna individueel verwerken. Voor de spelling krijgen alle ouders/kinderen eens per week via de mail woordjes toegestuurd, die thuis goed geoefend moeten worden. Het zijn belangrijke woordjes die de spellingsregels inoefenen.

 

 

Rekenen
De kinderen leren rekenen met de methode Getal en Ruimte junior en met concreet Montessori materiaal. Dit materiaal helpt de kinderen bij het verwerven van inzicht in de rekenbewerkingen. Veel Montessori rekenmateriaal heeft ter ondersteuning kleuren: groen voor de eenheden, blauw voor de tientallen, rood voor de honderdtallen. Veel materiaal is zelfcorrigerend, zodat de kinderen zelf kunnen constateren dat er iets goed of fout is gemaakt.
Alle kinderen rekenen ook op een chromebook (computer) met het programma Rekentuin. De kinderen maken de rekenoefenstof en sluiten een blok af met een toets.

 

 

Topografie
In de middenbouw werken de kinderen met het topografie materiaal. Er zijn landkaarten in de vorm van puzzels van Nederland en de werelddelen. Ook zijn er de insteekkaarten met de vlaggetjes. Ieder kind kan zelfstandig de namen van de steden en rivieren en wateren opzoeken en op de juiste plek insteken. Het maken van verhalen en werkstukken is een belangrijk onderdeel.

 

 

Bovenbouw

Evenals bij de overgang van onderbouw naar middenbouw, zullen kinderen wanneer ze in de bovenbouw komen veel herkennen.

Rekenen
Voor het rekenonderwijs wordt er gewerkt met de methode Getal en Ruimte junior. Daarnaast zijn er diverse materialen aanwezig; de breukencirkels, breekstokken en de tiendelige breukendoos. Alle kinderen van de bovenbouw oefenen daarnaast het rekenen op een chromebook met het programma Rekentuin.  

 

 

 

Stellen en spellen
Het goed kunnen formuleren van gedachten en een juiste schrijfwijze krijgt in de bovenbouw een belangrijk accent. Voor spellingsonderwijs wordt gebruik gemaakt van Spelling in Beeld. Wekelijks krijgen de kinderen een gezamenlijke les en is de verwerking individueel. Voor stellen wordt gebruik gemaakt van stelopdrachten, die aansluiten op de middenbouw. Schooljaar 2016-2017 is de gehele Taalset voor de bovenbouw vervangen voor TaalDoen!. Dit project is uitgevoerd in samenwerking met ave-ik.nl. Ondertussen is TaalDoen! helemaal opgenomen in ons programma en willen we TaalDoen! binnen enkele schooljaren ook invoeren in de middenbouw.
De in de middenbouw begonnen lesjes met taaldozen (woordsoorten) worden in de bovenbouw uitgebreid. Er is materiaal voor zinsontleding dat aansluit op de werkjes van de middenbouw.

 

 

 

 

Begrijpend en studeren lezen
De kinderen werken met materiaal voor begrijpend en studerend lezen. Lezen wordt gestimuleerd en boekpromotie neemt een belangrijke plaats in.

 

 

Boekbespreking en spreekbeurt
De kinderen houden jaarlijks minstens een boekbespreking en een spreekbeurt voor de groep.

De wereld als één geheel
Een kind dat de wereld om hem heen gaat verkennen, ervaart de wereld als iets groots, als één geheel. Alles heeft met elkaar te maken. Welk onderwerp je ook kiest, de relaties met andere onderwerpen zijn zo talrijk, dat de te vormen leerstof op school onuitputtelijk is. In de visie van Montessori vindt niets geïsoleerd plaats, maar is alles deel van een geheel. Richtinggevend voor de werkwijze bij Kosmisch Onderwijs en Opvoeding (KOO) is het leergebied-overstijgendekarakter van KOO. We maken daarbij naast de eigen materialen ook gebruik van de methode DaVinci en Just do It.